Kookgroep Fornuisgroep 2x16 A B tevens leverbaar in 2x20A B
De fornuisgroep Volgens tabel 8.720Y van NEN 1010 moet in woningen een zogenoemde fornuis- of kookgroep aanwezig zijn.
Deze eindgroep kan afhankelijk van de aanwezigheid van een gasaan sluiting, zowel bedraad als onbedraad worden uitgevoerd.
Verder is in bepaling 8.555102 aangegeven dat voor het aansluiten van driefasen kooktoestellen op installaties met twee leidingen wandcontactdozen van het type Perilex moeten worden gebruikt.
In het verleden is gekozen voor wandcontactdozen van het systeem Perilex omdat daarmee gedurende lange tijd een betrouwbare verbinding mogelijk is.
Door nieuwe technieken zijn tegen woordig ook wandcontactdozen leverbaar van andere systemen, waarmee ook een blijvend betrouwbare verbinding in stand kan worden ge houden.
De fornuisgroep kan worden gevoed uit een éénfase voeding of uit een driefasen voeding.
Bij één fase wordt gebruik gemaakt van twee tweeleiding eindgroepen waarbij het uitschakelmechanisme van de groepsschakelaars of automaten is gekoppeld.
Bij de driefasen voeding wordt gebruik gemaakt van een vierleiding eindgroep met een vierpolige groepsschakelaar of een vierpolige automaat.
De bedrading van de fornuisgroep kan worden uitgevoerd met draad in buis of met een kabel of een buigzame leiding.
Dit leidt er toe dat men de keuze heeft uit een viertal mogelijke oplossingen voor het aansluiten van een fornuisgroep:
A. een éénfase voeding uitgevoerd met draad in buis,
B. een éénfase voeding uitgevoerd met kabel of buigzame leiding,
C. een driefasen voeding uitgevoerd met draad in buis
D. een driefasen voeding uitgevoerd met kabel of buigzame leiding.
In een viertal figuren wordt in dit blad 41 aangegeven welke kleuren voor de diverse aders of draden moet worden gebruikt bij de verschillende op lossingen.
Voor oplossing A gebruikt men twee blauwe draden voor de twee nullen van de twee voedende tweeleiding eindgroepen, twee bruine draden voor de twee fasen en een groen/gele draad als beschermingsleiding (PE).
Bij oplossing C wordt voor de nul een blauwe draad gebruikt, voor de drie fasen bruin, zwart en grijs en voor de beschermingsleiding de groen/gele draad. In plaats van bruin, zwart en grijs mogen er ook drie bruine draden worden gebruikt.
Voor oplossing B gebruikt men een kabel met de kleuren blauw, bruin, zwart, grijs en groen/geel.
De grijze ader die als tweede nul wordt gebruikt moet met blauwe krimpkous of adertule als nul worden gekenmerkt. De bruine en zwarte ader zijn de twee faseaders.
Voor oplossing D tenslotte wordt een standaard kabel gebruikt met de kleuren bruin, zwart, grijs, blauw en groen/geel. De aders met de kleuren bruin, zwart en grijs dienen voor de drie fasen, de blauwe ader is de nulleiding en de groen/gele ader is de beschermingsleiding.
|